Monday, April 1, 2013

Een bijzondere gastvrouw


Daar zat ik dan van zeven tot negen. Achteraf lijkt het maar even maar op dat moment leek het wel een eeuwigheid te duren.
Eerst dacht ik dat de situatie zou verbeteren gedurende de seconden die voorbij tikten, langzaam veranderden in minuten, vervolgens veranderden in uren en met het tempo van een slak voorbij gleden. Hopen op een verbetering bleek achteraf net zoiets als hopen op een regenbui in de droogste woestijn op deze aardbol.
Ik was het al snel zat , maar ik was gelukkig niet alleen.
Ik ben het wel vaker zat maar soms heb ik daarvoor wel een verdomd goede reden. En in dit geval had ik er meerdere.
Ten eerste waren we op een niet al te aardige wijze in een kamertje geduwd waar we gedwongen werden niks te doen behalve tv kijken en met elkaar converseren, mijn zusje en ik.
Tussendoor staarde ik soms naar onze gastvrouw, een meisje van waarschijnlijk een jaar of zestien, die drie kwart van de tijd dat we in die kamer doorbrachten niet door scheen te hebben dat we bestonden, laat staan dat we bij haar in de kamer zaten. Ik wou weg.
Ten tweede kreeg ik dorst maar liet het drinken heel erg lang op zich wachten. Er moest een boodschap van boven komen voordat ze ons wat drinken aanbood.
“Wat hebben jullie?” was de vraag die na dat aanbod klonk, natuurlijk gesteld door mijn zusje. Deze vraag vond ik doodnormaal en had ik al ontelbare malen horen stellen.
“We hebben cola en sprite” zei ze, ”maar we hebben ook water”, voegde ze er snel bij toe met een toon alsof dit overduidelijk de enige goede optie was.
Waarschijnlijk zou dit ook de enige echt goede optie zijn geweest, dacht ik terwijl mijn zusje zat te genieten van haar grote beker sprite en ik van een overheerlijke gigantische beker cola.
Ze drinkt vast geen cola en sprite, dacht ik terwijl ik een blik wierp op het dunne lichaam wiens ogen waren gericht op de computer,dan weer op de tv en dan weer op de computer. Net op dat moment bracht ze een fles water naar haar mond.
Dacht ik het niet, water drinkers. Ik wou weg.
Ten derde werd ons in die eeuwigheid ook geen enkel hapje of iets dergelijks aangeboden.
Haar moeder die op een andere verdieping zat te praten met mijn moeder en haar man, de tiran die ons hardhandig in het kamertje had geduwd, had de boodschap naar beneden gestuurd via het meisje haar broertje die liet weten dat ze chips aan haar gasten kon uitdelen als ze dat wou.
Onze gastvrouw vond dit blijkbaar een hele onnodige actie want ze verroerde geen vin of in dit geval geen enkel zeer mager lichaamsdeel, terwijl ik snakte naar wat om op te knabbelen.
Als ik een blik op haar computer scherm had durven werpen durf ik te wedden dat ik had gelezen hoe ze zat te roddelen met haar vriendinnen over hoe vervelend ze het vond opgescheept te zitten met twee wildvreemde meisje met de taak ze bezig te houden. En als ik haar gedachten kon lezen durf ik te wedden dat ik haar zichzelf had horen afvragen hoe het kon dat we ooit vriendinnen waren geweest. Deze zelfde vraag galmde immers ook door mijn hoofd.

Nee, erg welkom voelde ik me niet.

Vele keren had ik haar naam geroepen en ik stond op het punt op haar schouder te tikken voor ze uit haar virtuele wereld stapte en besloot haar gast de weg naar het kleinste kamertje in haar huis te wijzen zodat ik daar mijn behoefte kon doen.


Mijn zusje had geen last van dit alles,zoals gewoonlijk trekt ze zich nergens iets van aan.
Daarom raakte ik meer in paniek dan ik zou doen wanneer ik een zusje had die zich wel ergens van aan zou trekken toen ik vast dacht te zitten in het toilet.


Heel even spookte het door mijn hoofd dat mijn laatste uren waren geslagen in dat kleine kamertje. Want hoe lang zou het duren voordat mijn zusje zou merken dat ik wel erg lang wegbleef?
Ik raakte in paniek bij de gedachte voorlopig niet gered te worden maar nog meer bij de gedachte aan de vernedering bij de redding uit de badkamer, iets wat ik al vaak genoeg heb moeten meemaken in mijn zeventienjarige leventje.

Ik draaide, duwde en rukte aan de deur. Zweet droop van mijn voorhoofd. Ik vloekte en tierde en was niet van plan nog veel langer te wachten met het schreeuwen om hulp.
Uiteindelijk sprong de deur open en werd plan B overbodig.
Terug in de tv kamer, zoals deze werd genoemd, vertelde ik aan mijn zusje wat ik zonet allemaal had moeten meemaken. Ze lachte.

Ik voelde me vernederd, verontwaardigd en asociaal behandeld. Op de weg naar huis lag ik onzeker, nadenkend,op de achterbank in mijn moeders auto.
Hoe kan ik ooit veel vrienden krijgen als mensen me niet mogen, vroeg ik mezelf af. Zou ik vrienden kunnen worden met mijn nieuwe klasgenootjes dit jaar, was een andere vraag die ik mezelf velen malen stelde voordat mijn moeder onze auto voor mijn tantes huis tot stilstand bracht.
Hier waaiden gelukkig alle zorgen van me af. Ik vermaakte me kostelijk terwijl ik spelletjes speelde met mijn zesjarige neefje. Soms won ik en soms won hij .
Het kon me allemaal niks schelen wie er won. Het ene na het andere spelletje,naar zijn keuze, trok hij uit de kast.
Ik gaf mijn oom en mijn tante en dikke knuffel en ik luisterde naar mijn tante haar verhalen en bekeek mijn ooms gezichtsuitdrukkingen alsof ik probeerde af te lezen wat er door zijn hoofd ging.
Als zij in lachen uitbarstten ,deed ik dat ook terwijl mijn neefje en ik streden om de overwinning. Ondertussen deelde hij zijn snoep met mij terwijl mijn zusje niet van dit privilige gebruik mocht maken.
Voordat ik in de auto stapte slingerde ik hem wat rond in de achtertuin. Hij gierde van plezier.
Achteraf had ik toch een gelukkig gevoel. Hoe lang dit gevoel zal blijven, dat is de vraag.

Because there can be lots of sun but there is always the shadows of the clouds.

No comments:

Post a Comment

People who visited my blog