There comes the drama, dacht ik.
Hij deed heel geheimzinnig en leek wat nerveus. Ik wou de
zak aannemen die hij in zijn hand had maar dit mocht nog niet. 'Daar was het
nog geen tijd voor’, zei hij, met de nadruk op nog. Ik begon
me zorgen te maken. Dit voorspelde niet veel goeds. Ik had al zo'n vaag vermoeden hoe dit zou aflopen.
“Ik ben net bezig eten voor te bereiden”, zei ik. Dit was geen leugen maar een smoesje om weg te vluchten. Ik vluchtte naar de keuken. ‘Ik wacht wel.’, zei hij. Ja natuurlijk zou
hij wachten.
Ik warmde mijn eten op en bleef ondertussen in de woonkamer rondhangen en luchtte mijn hart bij mijn huisgenoten. Ze wensten me succes toen ik met tegenzin terugkeerde naar de kamer.
Ik warmde mijn eten op en bleef ondertussen in de woonkamer rondhangen en luchtte mijn hart bij mijn huisgenoten. Ze wensten me succes toen ik met tegenzin terugkeerde naar de kamer.
Daar zat hij. Hij was
precies hetzelfde als toen ik hem had leren kennen maar nu was hij niet de
vrolijke jongen maar de verdrietige en nerveuze jongen die ik van hem gemaakt
had. Ik voelde me schuldig maar ik voelde me vooral geïrriteerd. Waarom deed
hij dit? Waarom kwam hij hier om mij mezelf slecht te laten voelen over wat ik
hem had aangedaan door trouw te zijn aan mijn gevoelens, die ik niet kon
veranderen.
Medelijden houdt een relatie niet staande. Als ik een les heb geleerd, is het dat wel.
Hij reikte mij de zak aan. Dit was geen zak gevuld met de
spullen die ik in zijn kamer had laten slingeren. Ik zag een heleboel
cadeautjes liggen in blauw inpakpapier. Ik beleefde een dejavu.
Dit zouden weer
nieuwe herinneringen zijn aan een gebroken hart. Een hart dat ik had gebroken.
Geweldig. Hier zou ik vannacht heerlijk door slapen en bij het drinken van een
kopje thee in het mokje dat ik van hem heb gekregen zou ik verplicht aan hem
moeten denken. Daarna zei hij tegen mij dat hij het liefst niks van mij in zijn
kamer wilde hebben omdat dat hem aan mij herinnerde. Wat ironisch.
Ik heb het weer mooi voor elkaar. Zijn ogen werden glazig en
zijn stem werd nog hoger dan normaal. Wat irriteerde ik me de laatste tijd aan
die stem. Ongelofelijk dat ik het zo’n lange tijd heb aangehoord zonder me
eraan te storen, behalve aan de telefoon
dan, want wat bleek: Dat hij ontzettend hield van bellen en wat heb ik daar
toch een hekel aan.
Ook bombardeerde hij me met chocola, melk of wit maar niet
puur, mijn favoriet en de gezondste soort. Zoals de meeste vrouwen let ik wel een beetje op mijn lijn,
meer af dan toe dus echt blij werd ik niet van een gigantische chocoladereep en een grote zak M&M’s . Zo goed kende hij me dus.
Wat hij niet weet is dat ik, zodra hij de deur uit was, al
het chocola oppakte en naar de keuken meenam. Mijn huisgenoten zouden vast wel
blij zijn met een stukje overheerlijke chocola.
Hij greep mijn hand vast en bleef een vinger vasthouden. De rest van mijn hand
had ik losgetrokken. Ik gaf hem daarmee de mogelijkheid om dramatisch te zijn.
En zo dramatisch als het maar kon 'liet hij mij gaan'.
Ondanks dat 'hij mij liet gaan' bleef hij nog even zitten. Ik wist niks meer te zeggen, behalve dat het me speet. Ik worstelde met mijn
gevoelens, geen van allen positief.
‘Ik zal met je meelopen naar de deur.’ Hij wilde niet weg.
‘Je moet nu echt gaan.’
Je kan dus zeggen dat ik hem letterlijk de deur
uitduwde.
Wat ben ik toch gemeen. Dat zeggen ze allemaal.

No comments:
Post a Comment