Friday, May 10, 2013

Rorschach



Doet het ertoe?
Dat ik er nog aan denk,
Is het zo dat ik overdrijf
Ben ik nou gek,
Is het niks meer en niks minder,
dan een vlek,
als aandenken aan,
iets wat mis is gegaan,
op het tapijt.

Doe ik er toe?
Heb ik er om gevraagd,
een fout gemaakt,
misschien
de mist ingegaan,
Heb ik het verdiend..

Hoe moet het nu?
de vlek negeren,
tevergeefs boenen
verbleken,
of is het echt verpest
bedekken dan maar,
vervolgens zorgeloos verder leven.
Elke ervaring een les.

Wat moet ik ermee?
het vreet me op,
Ik ga eraan kapot,
dat zuur dat zich naar binnentrekt,
Ik word er niet wijzer van,
Heb ik me vergist?

Hoe moet het verder?
als ik het niet begrijpen kan,
als ik er geen punt achter kan zetten,
alles een groot vraagteken is.

Wat moet ik nu?
Misschien als ik er iets langer naar staar,
ontdek ik iets,
dat troost biedt,
dat mijn onbegrip zal verklaren,
Dat als een paal boven water staat,
en waar ik niks anders van kan maken.





Tuesday, May 7, 2013

Istanbul



 

Als je het me tot gisteren had gevraagd, hoe ik Istanbul heb ervaren dan was antwoord geweest dat ik er eigenlijk geen zak aan vond. Dit was mijn standaard antwoord.
Maar nadat ik net door de bladeren van mijn dagboek heb gebladerd, waar ik alles uitgebreid heb beschreven, zou ik op mijn antwoord terug moeten komen.
Zo saai is Istanbul niet en ik zou het zeker niet afraden.  Het is eigenlijk best mooi en eigenlijk was het best wel heel erg indrukwekkend.

28 januari 2012
11:03, vanuit de trein.
‘Spannend’, was het allemaal.  Ik keek naar van alles uit, behalve dan het feit dat het in Istanbul sneeuwde. Sneeuw, laat mij nou net daar niet zo gek op zijn.

De Pegasus
We stapten, met zo’n 20 leden van een van mijn studieverenigingen, waarvan ik 18/20 niet kende  in een, naar mijn gevoel, te efficiënt ingericht Turks vliegtuig, de Pegasus.  Ik bevond me te midden van twee mannen, en deed een wens zoals ik dat altijd doe als ik tussen twee leden van het andere geslacht zit.

Zij begonnen een gesprek. Het werd een gesprek dat verliep in een soort triangel waar ik op een gegeven moment het liefst uit wou verdwijnen. Ik beschreef de mannen als intellectuele mannen, die het niet hadden over voetbal en feestjes maar over de morgen en de maatschappij en beschreef mij zelf als naïef meisje, die geen nieuws kijkt en zich schaamde voor haar ‘0,0 procent maatschappelijke kennis’.
Daar zat ik dan, de gehele vlucht als een van de sardientjes in een in de lucht hangende blik, tussen twee intellectuelen, terwijl ik  in mijn hoofd plannen maakte om mijn gedachten en leven te beteren.
Voor ons zat een schattig gezinnetje met een  gehandicapt meisje. Ik vroeg me af hoe dat zou zijn. ‘Het lijkt me afschuwelijk maar het is je eigen vlees en bloed, waar je naar kan lachen en van kan houden en een klein, misschien niet volmaakt, persoontje die je gelukkig wilt maken’, schreef ik. Als toekomstige pedagoog had ik er de grootste moeite mee om naar dat raargevormde persoontje te kijken.


Het nachtleven in Istanbul
Het verbaasde me dat er in Istanbul allerlei soort muziek wordt gedraaid in de clubs, veel Arabische muziek maar ook veel Spaanse en Franse muziek. Er hing een leuke sfeer. Er werd veel gedanst. Iedereen genoot.  Wat me op viel was dat er nauwelijks vrouwen waren in de clubs. Achteraf klinkt dit heel logisch.
 De clubs zaten allemaal op de bovenste verdieping van de gebouwen. Ik liet me vertellen dat het dak er in de zomer letterlijk af gaat. Helaas het was geen warme, zwoele zomer dus het dak ging er niet af. Het was winter en ijskoud maar binnen, met het dak erop, was het heel gezellig.



De straten van Istanbul.
Het leven gaat er de hele nacht door.  Er werden ’s avonds kastanjes verkocht op straat.  Ik beschreef de sfeer als ‘een soort kerstsfeer’. Onze hostel lag in een van de gezelligste en drukke straten van Istanbul. De straat was wel 3 kilometer lang en ja, we hebben de straat verschillende malen op en af gelopen.
Istanbul is heuvelachtig. ‘Als je op je hoge schoenen zou lopen zou je zeker je poten breken’, schreef ik. ‘Er zitten op de raarste plaatsen gaten in de vloer en je moet honderdduizend trappen beklimmen om in een club de komen. ‘
Ik papte aan met een meisje en samen slenterden we door de straten, voornamelijk op zoek naar souvenirs.

Eten en drinken in Istanbul
Het eten was er heerlijk. We aten vaak 3 gangen menu’s met Turks brood en groente en feta met boter en  Turkse pizza. We aten ook een soort kebab met brood en groente.                                         
We genoten ook van Turkse koffie en opde  markt kocht ik een grote zak, die ik achteraf nooit meer gebruikt heb. ‘Het lijkt meer op koffiedik, dan op koffie schreef ik.’
Ik kocht een lekkere hartige taart van spinazie en at op een van de avonden een heerlijke vis, met kop en staart, als avond eten.
Die hartige Turkse taarten waar ik zo van had genoten, die was ik laatste tegengekomen in de stad van Utrecht.  Net zo lekker. 
Het viel me op dat ze in Istanbul veel vlees eten en graanproducten en erg weinig groente. Niet bepaald gezond. 



De spice bazar
De spice bazar is een gigantische markt in Istanbul waar er verschillende kruiden verkocht worden en andere waren om mee te koken. Ik vond het spijtig dat die Turkse kruiden een beetje aan de pittige kant zijn, en laat ik daar nou net niet van houden. Het was een leuke ervaring om er rond te lopen.





De blauwe moskee
We zijn ook naar ‘de blauwe moskee’ geweest, een gigantische moskee vol mozaïek en versiersels. Ik vond het maar gek dat die mensen daar zeven keer per dag bidden. Ze moesten ook elke keer hun handen en voeten wassen, in de kou, voordat ze naar binnen gingen. We moesten zelf ook hoofddoekjes op doen en onze schoenen uit doen om de moskee te betreden.
’s Morgens om 6 uur precies, klonk er een soort klaagzang vanuit een toren, dat, wat hadden wij een geluk, naast onze hostel lag. De eerste dag werd ik er wakker van, maar de  tweede dag was het mogelijk dit  geluid te negeren en nog even door te slapen. Alles went.


Ondergronds waterreservoir(Yerebatan Sarnici)

We zijn ook naar een ondergronds watersysteem geweest, dat 6 meter onder grond ligt. Het was een groot ondergrondse opslagplaats voor water. Er hing een romantische sfeer en er zwommen vissen door het water, maar voor de rest was er niet veel te zien.







Lekker koud in Istanbul.
Op een morgen begon mijn kamergenootje, nog voor dag en dauw, te schreeuwen dat het sneeuwde. Inderdaad, er lag buiten een laagje donzige sneeuw. ‘Mooi natuurlijk’, schreef ik ‘maar niet echt handig omdat je er lekkere koude voeten en koude alles van krijgt en op die steile heuvels die we moeten beklimmen en afdalen waarschijnlijk gigantisch op je bek gaat. ‘
Het had erg veel gesneeuwd en iedereen had op een gegeven moment doorweekte schoenen en ijskoude tenen en iedereen zeurde dat het koud was, inclusief ik.  We zochten houvast bij elkaar om op de heuvelige, spiegelgladde straten niet onderuit te gaan.
Op 30 februari was het de koudste dag in Istanbul in 140 jaar, volgens de weerberichten.  Wat een perfecte timing hadden wij gekozen.


Bosperus tour
Ook namen we een boottocht, door het water, de Bosporus, dat het Europese deel van het Aziatische deel van Istanbul scheidt. Daartussen ligt een grote brug,  dat bepakt was met vissers die hun hengels in het water hadden hangen, in de hoop vis te vangen.  Het was erg leuk om te zien en vis vangen dat deden ze zeker.
Door de  dikke mist en sneeuw was er helaas niet veel te zien tijdens de boottocht. We dronken warme Turkse thee en genoten van het uitzicht, voor zover dat er was.

Grand bazar
We deden ook een bezoekje aan de ‘grand bazar’.  Dit was een hele grote overdekte markt waar er van alles verkocht werd. Ik kocht er een souvenier voor mijn moeder. Het was fijn om er eventjes te lopen maar daarna werd ook al snel tijd om weer te gaan. Ik vond het er ‘te touristisch’.  ‘Er waren allemaal vervelende mensen die je meteen iets proberen aan te smeren als je heel even naar ze kijkt’, schreef ik .




Dolmabahçe paleis
Dit was een overdreven gigantisch, mooi en heel indrukwekkend paleis met 185 kamers en 68 wc’s, waar maar liefst 36 sultants in hebben gewoond. Ook de dienstbodes hadden hun eigen toilet. Zo erg leek het mij niet om in zo’n paleis dienstmeid te zijn. Het hele paleis was versierd met grote schilderijen en tapijten van 100 vierkante mete, klokken en mooie vazen en 4,5 ton chandeliers.  Helaas was het niet toegestaan om foto’s te maken.


Cehavir shopping mall
Er was zelfs tijd om naar een winkelcentrum te gaan. Het groepje waarmee ik liep, inclusief ik, waren snel uit gewinkeld. Maar het was een prachtig winkelcentrum en op de laagste verdieping was er zelfs een achtbaan gebouwd. Dikke pret!







Het topkapi paleis
We mochten alle schatten en sieraden die de sultans vroeger hadden bezichtigen. Dit waren er een heleboel en niet allemaal even mooi.











Bezoekje aan de Hamman uit Taken 2, in Beyoglu.
Een Hamman dat is een Turkse sauna. Het was er super heet, maar wel erg vochtig, met bakjes waarmee je water over jezelf heen kon gooien. Je kon er door een aantal mannen en vrouwen erg hardhandig gemasseerd en geschrobd worden.  Dit masseren bestond uit het trekken aan je armen en benen, alsof ze het uit de kom wilden trekken. Plezierig was het niet, maar achteraf voelde het wel fijn. Later toen ik de film Taken 2 bekeek herkende ik de Hamman waar ik geweest was.

Een bezoekje aan een universiteit in Istanbul (het ‘studieinhoudelijke gedeelte’ )
We hadden ook een bezoek gemaakt aan een universiteit. De universiteit vond ik maar saai. Het was een gebouw met witte en bruine muren. We voerden daar een discussie waar ik voornamelijk naar luisterde. Het ging over de Islam en de Koerden, een volkje met een eigen cultuur maar geen eigen staat .
‘Dat lijkt me verschrikkelijk’, schreef ik .’ Ik zou dan bijvoorbeeld niet kunnen zeggen dat ik van Curaçao kom omdat ik geen eigen eiland zou hebben. ‘

De enerji muzesi/ museum of energy
We bezochten ook de energie museum die naast de universiteit lag. Dit energiebedrijf belichtte vroeger heel Istanbul, werd ons verteld. Het museum had een inter-actief gedeelte. We leefden ons uit.  Voor de rest vond ik er niks aan. ‘gewoon wat machines enzo’.














Terug naar het ‘normale leven’
Op 4 februari vertrokken we weer terug naar Nederland.
‘Terug naar het normale leventje, boodschappen doen, werk, college, sneak preview, salsales, werk, wat onderzoekjes…’

Waarom ik eerst altijd zei dat er niks aan was, waarschijnlijk omdat Istanbul in vergelijking met mijn ervaringen in andere landen en steden niet het meeste indruk heeft gemaakt en de sneeuw was een onprettige bijkomstigheid. Alles was grijs, koud en grauw en dat droeg niet echt bij aan een positieve beleving van de stad.

Maar al met al was het toch best interessant.
In de zomer een keer terugkeren, is het plan.

P.S. Het zijn niet mijn eigen foto's want die ben ik op de een of andere manier kwijtgeraakt, helaas pindakaas. 

Tuesday, April 16, 2013

- = +


























Wat voor nut heeft het,
Om met een vaart door het leven te razen,
Overal te komen en steeds maar door te gaan,
Vooral niet de tijd te nemen,
Want er is geen tijd om stil te staan.

Wat voor nut heeft het,
Om van alles te doen,
Vooral niet de tijd nemen,
Om van alles te voelen.
Want die tijd heb je niet,
Om anderen te leren kennen
en te beseffen wat hun klokje doet tikken,
En te begrijpen wat ze echt bedoelen.

Wat voor nut heeft het,
Om van alles te doen,
Als het alleen gebeurt,
Maar je vooral niet de tijd neemt,
Want die tijd is er niet,
Om het te ervaren

Misschien is het nu dan tijd geworden,
om eens te stoppen met rennen tussen het doen van, van alles.
Sta eens stil.

Doe eens wat minder,
Laat je eens,
stilstaand bewegen.
Haal eens diep adem
En zie.
En voel.

Al doe je dit slechts een paar keer,
Dan zal je het ervaren
Dan wordt minder...
opeens meer.

-Xtc always-



Als je tijd hebt, lees dan meer posts die te maken hebben met het onderwerp 'TIJD"

Monday, April 1, 2013

A diva!

 R.I.P. 15-12-2009


We had her for like two months and I really started loving her and I was looking forward to seeing her growing up and becoming big and beautiful. 
She was playful and always terrorized our garden and never listened and that always annoyed us, but then she got sick, for 3 whole days.

Today she only lied there and stared in the distance with watery eyes 
.Her hair was glued to her skin because of the saliva she had spilled all over herself.
She had become skinny,hardly recognizable..and just lied there..nothing more then a suffering creature what was once a playful puppy,so my dad let them put her to sleep.
And we miss her.

It's sad that I need sad feelings to be able to write..but so it is and I will use it.
I was full of sad feelings today because my dog just passed away.
You might think I'm exaggerating when I say I cried as if it was my closest family member who just left the earth,to soar the skies.
But dogs are called a man his best friend..and when your best friend dies it's nothing but logical that you cry.
So I cried..and still do when I look at that those puppy dog eyes that I will never find staring at me again while I'm hanging clothes to dry.
So I'm full of these miserable feelings, but at the same time I remember all the times we spent with her even if it wasn't that long
and I sure do,appreciate my other dogs more now..

I sat at school in between the tests that I fully concentrated on..
sat there and didn't talk because I didn't feel the necessity to do so.
Observed everything around me and enjoyed the tones and words that filled my head

Looking around me ,sadness was nowhere to be found,only within my soul
I saw people laughing and people waving and smiling at me as they passed by rushing to their class where they had to make their test.
I smiled back as they passed by,even when I wasn't noticed in the motion.
I wished them good luck and really meant it.
Sometimes someone sat down ,next to me
an old love
a good friend
a classmate
an acquaintance
I valued their presence in the same way,they all mattered and filled my heart with warmth. 

On my way home a man interrupted my thoughts.
A man I don't know but at the same time know too well.
He asked me :" Why are you looking so serious? Why aren't you smiling?"
I said :" I am thinking"
He replied that even when I was thinking such a serious face wasn't necessary

This touched me
and made me think even more..
Because it's then that I realized that it's only a year ago that I thought only evil of this grumpy ,grey-headed,almost bold man who now tossed a smile at me because I had lost mine in all my thoughts.
I tossed it bag.
My opinion about him had changed.
And this,again really touched me.
Is it that he is different this year?
or am I the one who changed?

Everything stretched out their arms and touched me,embracing me and the wind whispered that everything would be okay as it rushed by and tuzzled the leaves that were bathing in the sunlight.

I couldn't help but smile at the world as it was constantly smiling back at me
Then it started raining and I started dancing and felt blessed to be part of all this that I was experiencing.
I realized once again that every little thing makes life worth living for.
You just have to open up for it.

CAV frustratie (2010)


Op school denken ze dat ik altijd vrolijk ben. Zo vrolijk en opgewekt dat ik het soms van hun gezichten kan aflezen dat ze me wel zouden kunnen schieten.Toch is dat geen reden om me niet te mogen. Ze mogen me allemaal . 
Maar soms dan loop ik rond als een bom en dan wrijf ik de tranen uit mijn ogen. Iedereen vraagt dan wat er mis is. Soms zeg ik iets en soms zeg ik niks. 
Dan is er nog zo iets dat ontstaat door de leraren: frustratie. 
Ik had geen kans gehad om hem te groeten en wist zeker dat hij al was begonnen met zijn busrit naar de andere kant van de wereld. Ik baalde ervan. Daar stond ik dan,voor in de klas in mijn hersenkwab te wroeten naar een weg uit dit conflict. Deze vrouw was niet goed in haar hoofd. Ik had het altijd al vermoed maar nu werd het een zeker feit. Ik zei tegen mezelf:” Alles komt goed als je rustig blijft” 
Maar binnen de kortste keren stond ik te schreeuwen naar dat pokkenwijf. Frustratie overheerste me want ik was zeer ontevreden over haar notatie. 
Hoe dacht ze mìj een één te kunnen geven terwijl dat cijfer niet eens in mijn cijferenlijstgeschiedenis voorkomt en ik niet van plan ben daar verandering in te brengen. 
Ze zei :”Dat ik alles goed doe,dat kan je niet van mij verwachten” 
Maar dat was het nou juist. Ik verachte het feit dat ze altijd alles fout doet en met haar chaotische kop de hele boel in de war schopt en altijd onze hele klas ophoudt. Daar in dat bijlokaaltje voel je je een gevangene in je cel,die snakt naar vrijheid en blijheid. 
Ik moest geduldig wachten. Ze keerde zich naar andere mensen en bekommerde zich om zaken .Ze had op dat moment geen tijd om de schade ongedaan te maken .Ik had ook geen tijd en zin dat had ik zéker niet. Het was tenslotte nier verdiend. En ik was tijd aan het verspillen die ik kon besteden met het wezen met mijn vriend. 
Ik kwam haar een keer tegen in de administratie,een kamertje waar ik vaak kwam en waar ze mij allemaal kenden. Ik had altijd wel een reden,iets inleveren,printen,nieten,leraressen die mij toevertrouwden om even hun zaakjes af te leveren. 
Ik observeerde haar een tijdje en walgde ervan dat ze zich zo geliefd voelde. “Dag juffrouw” bracht ik uit. Zij begon te lachen en ik begreep het niet. “Dag juffrouw,dag edelachtbare” zei ze op een spottende toon. 
Die groet ik ook nooit meer ,dacht ik en liep weg. Een pokkenwijf,dat was het. Je kon het geen lerares noemen. 

Een kort bezoek...

Buiten klonk er een luid getoeter. Mijn ouders waren blijkbaar niet van plan om te gaan kijken wie er om deze tijd van de avond voor de deur stond want ze gingen ongestoord verder met tv kijken. “luie mensen”,mompelde ik en liep naar de deur,mezelf ervan bewust dat ik het afgelopen uur in een vod door het huis had rondgelopen. Ik was tenslotte thuis en ik verwachtte geen bezoek. Wie kon het zijn?

Ik was eerlijk gezegd niet verbaasd om te zien wie er doodgewoon mijn tuinpad kwam opgelopen. Het werd inderdaad weereens tijd dat hij langswipte. ‘koel blijven,doe alsof je niet dolblij bent om hem te zien’,zei ik tegen mezelf. Maar mijn lichaam luisterde weereens niet naar het stemmetje in mijn hoofd en voordat ik er erg in had zat hij vast in mijn innige omhelzing wat meer leek op een verstrengeling. 

“Je stinkt!” zei hij opeens op een onaardige toon en duwde me met een walgend gezicht hardhandig van zich af. Hij liep vervolgens langs mij heen mijn huis binnen en begroette mijn ouders met een grote glimlach. Ze begonnen daarna een gezellig praatje terwijl ik me naar de badkamer haastte. 

Eerst nam ik een kijkje in de spiegel. OEI,dat zag er niet uit. Daar viel wel even iets aan te doen. In zo’n staat mocht hij me toch niet zien. Vervolgens besnuffelde ik mezelf. Wat stonk er dan aan me. Ik had toch net een bad genomen? 
Nadat ik terug was gekomen van mijn dagelijks rondje joggen in de buurt had ik mijn bezweette haar haastig in een slordige staart gebonden en was daarna onder de hete douche gestapt. Toen voelde ik me wat te lui en te laks om mijn haar te wassen maar nu wenste ik vurig dat ik het wel had gedaan.
Maar het stonk toch niet? Het rook slechts een beetje muf misschien.

Ik gluurde om het hoekje van de deur en snelde naar mijn kamer. Ik was net in wat schone kleren geschoten toen mijn deur openvloog. Ik hield mijn adem voor een korte seconde in want ik wist wat er nu zou volgen. Dit is het moment waarop hij me vol overgave zoent,in mijn oor fluistert dat hij me nooit meer kwijt wilt raken . Vervolgens zal hij me de kleren van het lijf scheuren en me op op het bed duwen. Zo ging dat altijd. 
Verbaasd en licht verontwaardigd keek ik toe hoe hij zonder me een blik waardig te gunnen op mijn bureaustoel ging zitten. Hij begon aan alle spulletjes op mijn overvolle bureau te rommelen en vroeg mij om een glas water. 
Die had blijkbaar geen manieren geleerd,dacht ik bij mezelf. “Haal wat water voor me en vlug een beetje!” blafte hij me toe. Ik liep gedwee naar de keuken en reikte hem kort daarna een ijskoud glas water aan. Mijn hart maakte een flikflak en een achterwaartse salto toen hij me met zijn charmantste glimlach voor het water bedankte.
Terwijl hij zich kostelijk scheen te vermaken met het onderzoeken van de spulletjes op mijn bureau begon ik een heel gesprek. Ik had hem tenslotte veel te vertellen. Hij was net zo geinteresseerd als altijd . Hij knikte soms en gaf af en toe wat afwezig commentaar. Na een kwartier vond hij hij het wel genoeg geweest. 
“ Ik ga er weereens vandoor”,deelde hij mee. Er werd een vluchtige kus op mijn lippen gedrukt en weg was hij . Mij verdwaasd in mijn kamer achterlatend.
Ik keek nog eens uit het raam,hopend om nog een glimp van hem op te vangen voordat hij net zo vlug als hij was verschenen weer was verdwenen.

De nacht

Ik liep mijn huis door ,op weg naar de koelkast waar ik een glaasje limonade voor mezelf inschonk. Ja,ik waagde het door mijn huis,confronteerde de donkere woonkamer en keek mijn angst recht in zijn zwarte ogen. 
Ik deed hevige pogingen om de vreemde geluiden te negeren,die zich tervergeefs toch een weg door mijn gehoorstelsel baanden. Ik keek schichtig om me heen en schrok zelfs van de lichten van één van de weinige auto's die op dat uur van de nacht langs mijn huis reden . Ik fantaseerde over enge verschijnselen bij het zien van de berg schone was die op onze bank lag.

Vier uur geleden was de nacht nog mijn vriend. Maar nu is het mijn vijand. 
Vier uur geleden liep ik nog langs de ,toen nog met zo veel voorbij flitsende lichten bezaaide straten, terwijl ik meezong met het debuut van Madonna "Like a virgin". Af en toe graaide ik in de zak chips die mijn zusje in haar hand geklemd hield,terwijl ik gulzig dronk van mijn fles cola. 

Wij sloften door de straten. Mijn broer rende voor ons uit. We staken de eerste straat over,hij rende. We staken de tweede straat over,hij rende nog harder. Toen versnelde hij zijn pas,waarbij hij met zijn hevig met zijn armen zwaaide ,als een dronkenlap, en verdween in de verte. Wij keken hem na en lachten hem uit 

Hij had gezeurd dat we langzaam liepen. Maar ik probeerde rekening te houden met een zusje die altijd zo langzaam loopt dat het soms lijkt alsof ze hevige pogingen doet om terug te gaan in de tijd. 

Op dat moment was ik gelukkig,zelfs toen er een bus langsreed die al het stof in ons gezicht deed opwaaien. Toen keek ik naar mijn zusje die zonder toestemming de rest van mijn cola naar binnen zoog en onbeschaamd haar lege flesje op de grond gooide. 
Ik raapte het flesje van de grond en vroeg aan haar of ze er geen andere bestemming voor wist. Ze stelde toen voor om het in de dichstbijzijnde brievenbus te douwen,dus dat deed ik (special delivery).

Ik was bijna weggezonken in een diepe,vredige slaap ,zonet,toen ik van een keihard klap wakker schrok. Ik slaakte een gil. Ik dacht aan een aardbeving. "Je laatste uur is geslagen" spookte het door mijn hoofd. Mijn hart bonste bijna uit mijn lichaam terwijl ik onder mijn laken dook en mijn ogen stijf dichtkneep. 

Het simpelste geluk!

Het voelt alsof het net pas is dat ik terug ben gekomen. Want ik heb nou eenmaal dat gevoel van ‘net pas’ . Dat gevoel van ‘ net pas’ is te verklaren door de vermoeidheid in mijn ledematen en oogleden. Het is te verklaren door de spierpijn in mijn rug,de slapeloze nachten ,de constante buikloop en gebrek aan eetlust. Dat is allemaal negatief,zou je denken,maar het zijn herinneringen aan een geweldige ervaring. Maar het gevoel van ‘net pas’ is ook te verklaren door de glimlach op mijn gezicht als ik terug denk. En de beelden die in mijn hoofd geprint staan en de gevoelens in mijn hart gegrifd. 

Het afscheid nemen ervaarde ik als een emotioneel moment. Ik keek met een glimlach op mijn gezicht om me heen. Ik gaf iedereen een momentje waarin ik ze opnam. Daar zaten dan alle mensen die me in zo’n korte tijd,of ze me goed kenden of niet,accepteerden zoals ik ben en niet zoals ze wilden dat ik zou zijn. 
Daar zat de beestenbende. De drukke mensen die overal waar ze gaan wel gezelligheid met zich mee brengen. Daar zaten de mensen die durven te praten en de leiding willen en kunnen nemen. 
Daar zaten mijn nieuwe vrienden met wie ik dagen en nachten wakker ben gebleven. Van wie ik elk moment heb genoten. Waarmee ik heb gelachen en nog meer heb gelachen. Waarmee ik lachend in slaap viel,lachend sliep en lachend ontwaakte. Die ik zeker terug hoop te zien en meer mee hoop mee te maken.
En daar,als je even de tijd nam om goed te kijken,zaten “de stille waters met diepe gronden” zoals een vriendin van me ze wist te benoemen. Stil en mysterieus,opmerkelijk maar toch erg rustgevend. Die niet altijd van zich lieten horen maar van wie je de aanwezigheid altijd voelde. 
Het waren dagen vol vreugde en genot. Geen moment voelde ik dat iemand me tegenhield. Een grens neerlegde en zei :” Ho stop,tot daar en niet verder” Iedereen mocht zichzelf zijn. 

Maar ik zelf hield mezelf tegen. Ik voelde wat ik moest doen maar drukte dat gevoel weg,verzette me ertegen,keek het recht in de zachtaardige ogen,schrok zelfs een beetje van wat het met me deed en keek toen zo snel mogelijk weg. 
Ik legde mezelf er langzaam maar zeker bij neer. Ik accepteerde de leegte en reflecteerde het geluk. Staarde ’s nachts naar het niet –met- sterrenbedekte dak en dacht :” Dit mag niet voorbij gaan”
Het gaat ook nooit voorbij,daar ben ik mezelf van bewust. Het leeft in ieder van ons,in de één wat meer dan in de ander maar ik voel wat jij ook voelt. Het gaat nooit voorbij dat weet ik ,maar ik kom er gewoon niet meer zo makkelijk dichtbij.
Ik mocht verschillende keren een wens maken,weet je wel als je heel toevallig tussen twee jongens zit,ligt of slaapt? 

Ik wenste voor geluk. Het simpele geluk die je niet op hoeft te zoeken maar waar je vanzelf tegen aan loopt. Weereens is het me bewezen dat dat wel degelijk bestaat. 

Weereens realiseer ik het me :” Als je niet op zoek bent vindt je vaak de prachtigste dingen” 
Het simpelste geluk.


Een bijzondere gastvrouw


Daar zat ik dan van zeven tot negen. Achteraf lijkt het maar even maar op dat moment leek het wel een eeuwigheid te duren.
Eerst dacht ik dat de situatie zou verbeteren gedurende de seconden die voorbij tikten, langzaam veranderden in minuten, vervolgens veranderden in uren en met het tempo van een slak voorbij gleden. Hopen op een verbetering bleek achteraf net zoiets als hopen op een regenbui in de droogste woestijn op deze aardbol.
Ik was het al snel zat , maar ik was gelukkig niet alleen.
Ik ben het wel vaker zat maar soms heb ik daarvoor wel een verdomd goede reden. En in dit geval had ik er meerdere.
Ten eerste waren we op een niet al te aardige wijze in een kamertje geduwd waar we gedwongen werden niks te doen behalve tv kijken en met elkaar converseren, mijn zusje en ik.
Tussendoor staarde ik soms naar onze gastvrouw, een meisje van waarschijnlijk een jaar of zestien, die drie kwart van de tijd dat we in die kamer doorbrachten niet door scheen te hebben dat we bestonden, laat staan dat we bij haar in de kamer zaten. Ik wou weg.
Ten tweede kreeg ik dorst maar liet het drinken heel erg lang op zich wachten. Er moest een boodschap van boven komen voordat ze ons wat drinken aanbood.
“Wat hebben jullie?” was de vraag die na dat aanbod klonk, natuurlijk gesteld door mijn zusje. Deze vraag vond ik doodnormaal en had ik al ontelbare malen horen stellen.
“We hebben cola en sprite” zei ze, ”maar we hebben ook water”, voegde ze er snel bij toe met een toon alsof dit overduidelijk de enige goede optie was.
Waarschijnlijk zou dit ook de enige echt goede optie zijn geweest, dacht ik terwijl mijn zusje zat te genieten van haar grote beker sprite en ik van een overheerlijke gigantische beker cola.
Ze drinkt vast geen cola en sprite, dacht ik terwijl ik een blik wierp op het dunne lichaam wiens ogen waren gericht op de computer,dan weer op de tv en dan weer op de computer. Net op dat moment bracht ze een fles water naar haar mond.
Dacht ik het niet, water drinkers. Ik wou weg.
Ten derde werd ons in die eeuwigheid ook geen enkel hapje of iets dergelijks aangeboden.
Haar moeder die op een andere verdieping zat te praten met mijn moeder en haar man, de tiran die ons hardhandig in het kamertje had geduwd, had de boodschap naar beneden gestuurd via het meisje haar broertje die liet weten dat ze chips aan haar gasten kon uitdelen als ze dat wou.
Onze gastvrouw vond dit blijkbaar een hele onnodige actie want ze verroerde geen vin of in dit geval geen enkel zeer mager lichaamsdeel, terwijl ik snakte naar wat om op te knabbelen.
Als ik een blik op haar computer scherm had durven werpen durf ik te wedden dat ik had gelezen hoe ze zat te roddelen met haar vriendinnen over hoe vervelend ze het vond opgescheept te zitten met twee wildvreemde meisje met de taak ze bezig te houden. En als ik haar gedachten kon lezen durf ik te wedden dat ik haar zichzelf had horen afvragen hoe het kon dat we ooit vriendinnen waren geweest. Deze zelfde vraag galmde immers ook door mijn hoofd.

Nee, erg welkom voelde ik me niet.

Vele keren had ik haar naam geroepen en ik stond op het punt op haar schouder te tikken voor ze uit haar virtuele wereld stapte en besloot haar gast de weg naar het kleinste kamertje in haar huis te wijzen zodat ik daar mijn behoefte kon doen.


Mijn zusje had geen last van dit alles,zoals gewoonlijk trekt ze zich nergens iets van aan.
Daarom raakte ik meer in paniek dan ik zou doen wanneer ik een zusje had die zich wel ergens van aan zou trekken toen ik vast dacht te zitten in het toilet.


Heel even spookte het door mijn hoofd dat mijn laatste uren waren geslagen in dat kleine kamertje. Want hoe lang zou het duren voordat mijn zusje zou merken dat ik wel erg lang wegbleef?
Ik raakte in paniek bij de gedachte voorlopig niet gered te worden maar nog meer bij de gedachte aan de vernedering bij de redding uit de badkamer, iets wat ik al vaak genoeg heb moeten meemaken in mijn zeventienjarige leventje.

Ik draaide, duwde en rukte aan de deur. Zweet droop van mijn voorhoofd. Ik vloekte en tierde en was niet van plan nog veel langer te wachten met het schreeuwen om hulp.
Uiteindelijk sprong de deur open en werd plan B overbodig.
Terug in de tv kamer, zoals deze werd genoemd, vertelde ik aan mijn zusje wat ik zonet allemaal had moeten meemaken. Ze lachte.

Ik voelde me vernederd, verontwaardigd en asociaal behandeld. Op de weg naar huis lag ik onzeker, nadenkend,op de achterbank in mijn moeders auto.
Hoe kan ik ooit veel vrienden krijgen als mensen me niet mogen, vroeg ik mezelf af. Zou ik vrienden kunnen worden met mijn nieuwe klasgenootjes dit jaar, was een andere vraag die ik mezelf velen malen stelde voordat mijn moeder onze auto voor mijn tantes huis tot stilstand bracht.
Hier waaiden gelukkig alle zorgen van me af. Ik vermaakte me kostelijk terwijl ik spelletjes speelde met mijn zesjarige neefje. Soms won ik en soms won hij .
Het kon me allemaal niks schelen wie er won. Het ene na het andere spelletje,naar zijn keuze, trok hij uit de kast.
Ik gaf mijn oom en mijn tante en dikke knuffel en ik luisterde naar mijn tante haar verhalen en bekeek mijn ooms gezichtsuitdrukkingen alsof ik probeerde af te lezen wat er door zijn hoofd ging.
Als zij in lachen uitbarstten ,deed ik dat ook terwijl mijn neefje en ik streden om de overwinning. Ondertussen deelde hij zijn snoep met mij terwijl mijn zusje niet van dit privilige gebruik mocht maken.
Voordat ik in de auto stapte slingerde ik hem wat rond in de achtertuin. Hij gierde van plezier.
Achteraf had ik toch een gelukkig gevoel. Hoe lang dit gevoel zal blijven, dat is de vraag.

Because there can be lots of sun but there is always the shadows of the clouds.

Laat alles in hun waarde!



Ik heb harten verscheurd,in stukjes gebroken 
Weggegooid en ben er daarna ver vandaan gekropen 
Daarmee heb ik juist die pijn veroorzaakt 
Dat ik bij die ander altijd had willen verkomen 

Ik heb harten gestolen 
Bij vreemden en bekenden 
Maar nu met meer zekerheid van de dingen die ik kan beloven 
Zeker van de beloftes die ik na kan komen 

Ik heb deuren en ramen achter me gesloten 
Die deuren mogen nooit meer open 
Schaamte, angst en onzekerheid zijn kwalen 
waarmee ik weiger nog langer rond te lopen 

Ik heb risico’s genomen 
Paden gekozen die ik eerst zou ontlopen 
Kleine stappen zijn veranderd in grote 
want nu ben ik vastbesloten 

Oude vrienden ben ik weer tegen het lijf gelopen 
En in oude bekenden ben ik nieuwe vrienden tegengekomen 
Beseffend, mijn beste vrienden voor geen goud te willen verkopen 
Want nu realiseer ik dat ik gelukkiger ben dan ik ooit had durven dromen 

Bij mensen die ik nooit heb gemogen 
Waarvoor ik me altijd heb verscholen 
Leef ik niet meer in de schaduw 
Durf ik me nu eindelijk te ontbloten 

Ik heb er lang naar gedoken 
Maar ik heb nu nieuwe schatten ontdekt die mijn hart en geest hebben doen vergroten 
En me hebben leren houden van alles 
Waar ik vroeger niet zo zeer van heb genoten 

Voor iedereen is er een plek op deze aardbol uitgekozen 
Totdat je die vindt 
Weet het goed... 
Je plek in deze wereld mag je nooit verwaarlozen 


- Xtc always - 

(oktober 2009)

Sunday, March 31, 2013

Hi, I am Impatient


What would become of me,
without Hope,
to tells me to wait and see.
,but at other times Hope is nowhere near,
simply seems to dissapear.

Shame and Confusion very often visit,
They laugh and belittle me.
Self-pity comes along,
and tells me I'm a fool.

Dissapointment is present,
He blows negativity into my ear.
and keeps me occupied,
all day and night.

It's a constant struggle,
It might weigh heavily,
but I want the truth,
so Acceptance can come to my rescue
and bring me some peace.

I'm Impatient.




Friday, February 15, 2013

It helps if you believe





Driving me crazy
Toen ik de mooie leeftijd van 18 jaar bereikte moest en zou ik mijn rijbewijs halen, koste wat kost, zoals de meesten van ons willen doen op die leeftijd. En wat heeft het veel gekost en wat had ik een hekel aan rijles. 
Vriendje lief hielp me bij het oefenen met parkeren. Mijn lieve ouders deden ook wat ze konden om me te helpen. Ik trok al snel de conclusie dat ik niks bakte van auto rijden en dat autorijden niet voor mij gemaakt was.

And then I met an angel, one that heaven sent
Op een gegeven moment kwam ik bij hem in de auto terecht en toen veranderde alles.  'Verman jezelf!, blafte hij. Hij was een wat oudere, donkere, lange man met een kalende, grijze kop en strenge ogen. Hij was constant aan het praten en hij vond het nodig om constant God erbij te halen. Wat heeft God hiermee te maken, vroeg ik me af, maar toch probeerde ik de lessen te leren die hij me wou bijbrengen.

Hij was mijn tweede rijlesinstructeur, mijn tweede kans, mijn schone lei, nadat ik bijna een jaar lang mijn rijbewijs had geprobeerd te halen. Na bijna een jaar  maakte ik nog steeds de ene fout na de andere en op een bepaald moment kon ik de straat niet meer goed zien door mijn tranen met tuiten. Ik beschouwde mezelf als een gevaar op de weg.

Dit had ik aan mijn pessimisme maar ook aan Micheal te danken, een jonge vent van rond de 25 jaar. Erg gezellig, dacht ik aan het begin. Hij hield van praatjes maken. Hij was constant met zijn telefoon aan het klooien of staarde uit het raam naar de 'mooie' vrouwen. Ik slikte de woorden die op mijn tong lagen in. Waarschijnlijk wou hij niet aan zijn vriendin en kinderen herinnerd worden. Hij was altijd in voor gezelligheid maar het leek hem weinig te schelen of ik mijn rijbewijs haalde of niet terwijl mijn ouders wel steeds geld moesten neertellen voor de rijlessen, waar geen eind aan leek te komen.

Failure to launch
Ik baalde toen ik mijn eerste rijlesexamen niet had gehaald. Ik had bepaalde papieren thuis laten liggen waardoor de hele boel niet doorging. Degene die me hieraan had moeten herinneren was dit vergeten.De eerste keer gezakt dus, zonder een kans te krijgen. Ik dacht dat ik gek werd.

De  tweede keer zakte ik doordat ik zat te dromen.  'Het licht is groen. Ben je gek geworden ofzo? Doorrijden.', schreeuwde het dikke, donkere. kleine vrouwtje dat naast me zat. 'En rijd maar meteen weer terug naar het rijbewijsbureau.'  De tranen sprongen uit mijn ogen.
Die poging was vanaf het begin gedoemd te mislukken. De zenuwen gierden door mijn lijf toen ik in de auto stapte. Ik had gehoord dat deze vrouw heel streng was. 'Als je die vrouw je examen afneemt dan zak je zeker!', had ik horen zeggen. Gefaald dus, al weer.

Nieuwe man, nieuwe kansen.
Ik zag het niet meer zitten. Het zou me nooit lukken. Toch leek deze man wel in mij te geloven.
We hebben meer gepraat dan dat ik daadwerkelijk heb gereden, tijdens de rijles. Aan het begin had ik geen zin in therapie en stond ik er niet voor open, maar het  hielp. Mijn negatieve gedachten vlogen langzaam maar zeker het raam uit en ik begon weer in mezelf te geloven.

Ik zal hem altijd dankbaar zijn en ik zal zijn woorden nooit vergeten.
Als je denkt dat je het niet kan, dan kan je het niet.', zei hij. 'En als ik niet in je zou geloven zou ik niet met je in deze auto zitten, maar je moet ook geloven in jezelf, anders lukt het niet.' 
Twee weken later haalde ik mijn rijbewijs. 

Moraal van  het verhaal:
Iedereen in je leven kan een verschil maken, of het nou je familie is, een (vaag) bekende of een vreemde die je tegenkomt op straat. Iedereen kan je reddende engel zijn.  Maar niemand kan je helpen als je jezelf niet probeert te helpen. En dit doet me denken aan de woorden die een wijze vrouw meer dan eens tegen me heeft gezegd: 'Niemand kan je helpen als je zelf niet geholpen wilt worden.'





People who visited my blog