Hoe noem je iemand die je sust,
die je kust,
van je houdt,
maar heel bewust,
langzaam verdrinkt in verloren lust.
Hoe noem je iemand die je hoop in praat,
die je bewaakt,
wilt dat je telkens weer op staat,
maar zelf ten onder gaat.
Hoe noem je iemand die je in je ogen kijkt,
maar je blik ontwijkt,
die onder het gewicht van nutteloos gezeik,
langzaam bezwijkt.
Hoe noem je iemand,
die opeens beseft,
dat ze niet meer zo sterk is als voorheen,
zwakker is dan het scheen,
gewoon zwijgzaam toekeek toen het verdween.
Hoe noem je iemand,
die net zo moe als jij kan zijn,
die niet meer gelooft in schijn,
een mens met pijn.
Sunday, March 30, 2014
slaap zacht..
In gezelschap van,
mijn kussen,
mijn laken
en mijn matras
Verborgen,
Geborgen,
Omarmd,
door de nacht.
Smachtend naar de dag,
Waarop jij,
mijn laken was
mijn kussen,
waarop ik rustte
en mij in de morgen ontwaken zag.
Dan was er geen nacht,
Alleen ik die jou lief had
Ik die jou opsnoof,
Jij die mij omringde
Ik die tegen je aankroop
En je heel stilletjes beminde
Dan was er geen nacht,
Alleen de warmte
waarmee ik jou betastte
waardoor je je zorgen vergat
waarin ik alles aan je gaf
En jij die mij,
net zo zeer aan bad
Dan was er de nacht,
waarin jij mijn neus prikkelde,
mijn tong die met je oor speelde,
wij ons diep in elkaar verwikkelden,
terwijl onze handen elkaar streelden.
Dan was er de nacht,
waarop ik in slaap viel,
op je borstkas
nadat ik je zachtjes kusjes gaf
Ik fluisterde ‘slaap zacht’
tegen mijn laken,
mijn kussen
en mijn matras.
Subscribe to:
Comments (Atom)